inschrijven

Grandioze Gabrieli, Gounod en Goebaidoelina

  

Giovanni Gabrieli (ca. 1555 – 1612) was een componist, organist en priester uit Venetië. Hij geldt als de grootste Venetiaanse componist uit de late renaissance, één van de belangrijkste musici uit zijn tijd en een schoolvoorbeeld van de veranderde tijdgeest die het begin inluidde van een nieuw tijdperk: de Barok. Bij zijn dood in 1612 liet Gabrieli een uitzonderlijk oeuvre van instrumentale muziek waarin genres als de canzona, sonata en het motet vertegenwoordigd zijn. Giovanni Gabrieli ontwikkelde een bijzondere meerkorige techniek (cori spezzati) waaraan tot op heden zijn naam verbonden is. Gabrieli was naast componist en organist een uitstekend pedagoog. De namen van een aantal van zijn leerlingen zijn bekend en vooral afkomstig uit de Duitssprekende gebieden, wat opnieuw zijn populariteit daar weerspiegelt. Veruit de meest roemrijke naam onder Gabrieli’s leerlingen is Heinrich Schütz, die tot op de dag van vandaag geldt als de grootste Duitse componist uit de vroege Barok.

Charles François Gounod (1818 – 1893) was een Franse componist. De levensbeschrijving van Charles Gounod wordt gekenmerkt door alle karakteristieke kunstenaarsallures. Zijn gemoedstoestanden wisselen tussen ambitie en moedeloosheid, rusteloze werkzaamheid en crisis, beminnelijkheid en twistziek gedrag, huwelijkstrouw en geneigdheid tot buitenechtelijke affaires. In zijn jeugd droomde hij ervan priester te worden en in kloosterlijke afzondering te leven. Hij noemde zichzelf een bepaalde tijd abbé en droeg een soutane.

Gedurende zijn gehele carrière bewoog Gounod zich tussen kerkmuziek en wereldlijke werken. Daarvan getuigt een omvangrijk oeuvre: liederen (die hij romances of eenvoudigweg «mélodies» noemde), koralen, motetten, missen, oratoria, schouwspelmuziek en rond 20 toneelwerken (menig ervan uitsluitend als fragment bewaard). Iets minder omvangrijk is de lijst van zijn instrumentale werken, waartoe behoren het vroege orkestwerk Scherzo (1837), twee symfonieën (beide 1851), twee marsen, verschillende pianostukken en als laatste de belangrijke Petite symfonie voor harmonieorkest.

Sofia Goebaidoelina, geboren in 1931 is een Russisch componiste van hedendaagse muziek en een van de grootste nog levende componisten van dit moment. Zij studeerde piano en compositie. Vanaf de jaren 60 begon ze met componeren. Aanvankelijk werden haar werken nauwelijks uitgevoerd. Ondergronds, zonder zich te bekommeren om de gevestigde muziek zocht ze naar een eigen klank. Deze klanken werden gevonden door improvisatie, ruimte voor traditionele muziek uit haar land, en het opmerkelijk vaak gebruik van slaginstrumenten. Muziek als mystiek klankritueel. De componist Dimitri Sjostakovitsj moedigde haar na haar eindexamen aan om haar eigen componeerpad te volgen.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verhuisde Goebaidoelina naar een klein dorpje bij Hamburg. In afzondering schrijft ze al jaren aan een oeuvre dat intussen over de hele wereld wordt uitgevoerd en alom wordt geprezen. Door gerenommeerde musici als violist Gideon Kremer, componist Alfred Schnittke en dirigent Reinbert de Leeuw kwam ze in de jaren 80 als componiste in de belangstelling. Composities van haar zijn o.a.: Fachwerk, een werk voor bayan (Russische accordeon), slagwerk en strijkorkest, Kammersymfonie, Vioolconcerten, Sonnengesang, Immer jetzt Schnee (1993).

Close