inschrijven

Geschiedenis van de Liedkunst

“Ontwikkeling van de Liedkunst”.

In historische tijden konden veel mensen niet lezen of schrijven, reden waarom gebeurtenissen of wijze lessen vaak in dichtvorm werden gegoten, zodat de informatie gemakkelijk kon worden overgedragen. Vaak werden deze gedichten ook melodieus voorgedragen. Bij het maken en bewerken van tekst en melodie ontstaat een kunstvorm, de liedkunst.

Een lied werd tot een op muziek gezette tekst met de bedoeling om gezongen te worden. Daarbij ontstond het onderscheid tussen volksliederen die in kroegen te horen waren en kunst- of cultuurliederen, die bijvoorbeeld door troubadours werden voorgedragen in kastelen of aan hoven. In de 17e eeuw ontstond er een verder onderscheid tussen het volkslied en het kunstlied met name door de liederen van John Dowland (1563-1626). Er ontwikkelt zich zoiets als liedkunst. Volksliederen, waarvan de herkomst lang niet duidelijk was, werden vaak in eenvoudige taal geschreven en in toegankelijke melodie uitgevoerd – doorgaans niet door vaklieden – om in belangrijke mate een groepsgevoel te versterken. Kunst- of cultuurliederen hebben meestal een bekende herkomst en werden gemaakt door professionele tekstdichters en uitgevoerd door muzikanten en vertegenwoordigde een hogere artistieke waarde. Vanaf het einde van de 18e eeuw gaan meer componisten (bv. Joseph Haydn en Wolfgang Amadeus Mozart) cultuurliederen en bestaande gedichten op muziek zetten en gaan zowel beroeps- als amateur zangers en zangeressen deze uitvoeren.

klimt schubert

Vooral in Duitsland neemt de dichtkunst een hoge vlucht, en waar dichtkunst en muziek elkaar ontmoeten ontstaat het Romantische Lied. Deze ontwikkeling begint dus in Duitsland en het Oostenrijkse Wenen. De instrumentale begeleiding, oorspronkelijk bedoeld om de voordrager toon te laten houden, kreeg vooral tot taak de emotionele lading van het gedicht versterken. Maar omgekeerd kon de tekst ook de bedoeling van de componist ondersteunen. De begeleiding ging zelfs zijn eigen relatief onafhankelijke weg en liet de zangstem vrij om andere betekenissen uit te drukken. De kunstvorm bereikte grote hoogten in de oeuvres van 19e eeuwse Duitse componisten als Franz Schubert, Carl Loewe, Felix Mendelssohn-Bartholdy en Robert Schumann.

 

In de latere ontwikkeling van de romantiek blijken componisten als Johannes Brahms, Hugo Wolf, Edvard Grieg, Gustav Mahler en Richard Strauss het liedrepertoire enorm te verrijken. In de teksten van de liederen komen de romantische thema’s doorgaans sterk naar voren, zeker bij de componisten die aan het begin staan van de romantische periode (eerste helft van de negentiende eeuw). in Nederland waar de muziek erg onder invloed stond van de Duitse traditie leverde Johannes Verhulst een bijdrage aan de zich ontwikkelende liedkunst. Uit diezelfde periode gebeurde dat ook bij de Franse componisten Hector Berlioz, Henri Duparc en Gabriël Fauré en vertegenwoordigers uit de 20e eeuw zoals Maurice Ravel en Erik Satie.
De deelnemers aan deze ‘Music in Life’-colleges worden ingewijd in de liedkunst, waarin horen en zien (aan de hand van zorgvuldig gekozen beeld- en geluidsfragmenten) aantonen hoe de juiste interactie tussen tekst en muziek van cruciaal belang is.

Inhoud programma:

  1. Introductie van een genre
  2. De geboorte en vroege geschiedenis van de Liedkunst in het tijdperk van de Verlichting – de liederen van Carl Philip Emanuel Bach en Joseph Haydn
  3. De geboorte en vroege geschiedenis van de Liedkunst in het tijdperk van de Verlichting – de liederen van Wolfgang Amadeus Mozart en Ludwig van Beethoven
  4. Stijl en ontwikkeling in het 19de eeuwse Lied
  5. Het Duitse Lied I: Franz Schubert, Felix Mendelssohn-Bartholdy en Robert Schumann
  6. Het Duitse Lied II: Richard Wagner, Franz Liszt, Johannes Brahms en Hugo Wolf
  7. Liederen van Gustav Mahler en Richard Strauss
  8. Het Lied in de 20ste eeuw

 

Kosten: € 195,00

U kunt zich inschrijven door het contactformulier in te vullen op de contactpagina.

Close