inschrijven

Geschiedenis van de Amerikaanse Klassieke Muziek

Terwijl Arnold Schönberg en zijn volgers de muziek gecompliceerder maakten en langzamerhand een deel van het publiek afhaakte, was er in Amerika iets anders aan de hand. In de ‘Nieuwe Wereld’ sprankelde het van de energie en die levenslust was ook hoorbaar in de muziek. Toen de Amerikaanse componisten dankzij Antonín Dvořák geleerd hadden dat zij hun eigen muziek serieus konden nemen, was het hek van de dam. De Amerikanen absorbeerden al het goede van de grote laat-romantici, maar voegden er hun eigen belevingswereld aan toe.

Geen Amerikaanse componist heeft beeldender muziek geschreven dan Aaron Copland. Wie ‘Appalachian Spring’, ‘Billy the Kid’ of ‘Rodeo’ hoort, ziet met de muziek een film, een film van een Amerika zoals Amerikanen zich graag herinneren. Gezichten doemen op voor ons geestesoog – van pioniers aan de frontier, van huifkarren op weg naar de einder. De muziek vertelt een verhaal dat zo oud is als Amerika. Aaron Copland was in 1900 geboren in Brooklyn uit een Joods-Russische immigrantenfamilie. De familienaam was aanvankelijk Kaplan en werd Amerikaans, niet krachtens geboorte maar door een wilsbeschikking: Kaplan werd Copland. Mèt hun nieuwe naam eigenden ze zich Amerika toe. En zo ging het met zovelen: miljoenen immigranten schiepen hun eigen Amerika. Kunstenaars uit hun kringen ervoeren net zo sterk als de artistieke telgen van de oude families de opdracht om in hun werk uitdrukking te geven aan ‘hun’ Amerika.

 

Die oude families woonden al generaties lang in Amerika en lieten voortdurend weten dat hun voorouders op de Mayflower met de ‘Pilgrim Fathers’ waren overgestoken. Dit is de groep die zich de dragers noemden van Amerika’s ‘collectieve herinnering’. Voor hen heeft de geschiedenis van Amerika meer de gevoelswaarde van dingen die hun overgrootvader heeft meegemaakt. Deze mensen drukken nog steeds op belangrijke terreinen van het Amerikaanse leven hun stempel. Presidenten komen overwegend uit hun gelederen en grote schrijvers als William Faulkner of John Updike kunnen voor hun verbeelding putten uit een wereld die al generaties lang de hunne is. Het Amerikaanse aan hun werk heeft alles te maken met herinneringen aan een wereld die hun voorouders gemaakt hebben. Voor wat betreft de Amerikaanse klassieke muziek is het mooiste voorbeeld de excentrieke Charles Ives die in zijn vrije tijd – naast een succesvolle carrière in het verzekeringswezen – zijn muzikale wereld vulde met een in de herinnering bestaand New England van camp meetings, transcedentalisten, small towns en de trage Housatonic, de ‘contented river’ van een van zijn liederen.

De klassieke muziek, die zijn basis had in de Westerse klassieke muziek, ging steeds meer zijn eigen weg en werd beïnvloed door de jazz. Het gevolg was een muziek vol grote emoties, verpakt in swingende noten. Leonard Bernstein deed het onder andere in zijn opzwepende ‘Chichester Psalms’. George Gershwin, net als Bernstein zoon van Russisch-joodse emigranten, vermengde in zijn iconische ‘Rhapsody in blue’ ronkende romantiek met vrolijke blues en jazzy akkoorden.

  

Tenslotte ontwikkelt zich, zowel in Amerika als daarbuiten, de filmmuziek tot de meest fascinerende pagina’s uit de muziekgeschiedenis. Allerlei genres ontwikkelen zich en deze muziek gaat in de loop van de tijd vele verschillende rollen bekleden. Want ze is er niet alleen om sfeer te scheppen. Filmmuziek heeft veel meer functies. Er is socialistisch getinte muziek en psychologiserende, die meer vertelt dan het beeld laat zien. Van Erich Wolfgang Korngold tot Philipp Glass; de grootste componisten hebben zich aan deze muziek gewaagd.

Inhoud programma:

  1. Grondleggers – componisten van de ‘First New England School’ (1620-1820)
  2. Edward MacDowell en de ‘Second New England School’(1865-1900)
  3. Charles Ives (1874-1954)
  4. Andere Amerikaanse componisten uit de vroege 20ste eeuw
  5. De nieuwe synthese van George Gershwin
  6. Copland, Thomson, Harris en generatiegenoten   1900-1933  en na 1933
  7. De opkomst van muziekacademies
  8. De generaties van de jaren ’40. ’50 en ‘60
  9. Post-modernisme
  10. Minimalisme
Close